In een uitspraak van de rechtbank Dordrecht op 20 december 2011 wordt bevestigd dat er bij een kruimelgeval als bedoeld in 2.12 lid 1 onder a sub 2 Wabo weliswaar geen ruimtelijke onderbouwing nodig is, maar wel een ruimtelijke motivering.
Aan een dergelijke ruimtelijke motivering worden weliswaar niet dezelfde vereisten gesteld als aan een ruimtelijke onderbouwing, maar uit de uitspraak blijkt wel dat moet worden ingegaan op de vraag waarom de ontwikkeling in planologisch opzicht aanvaardbaar is en dat met de ontwikkeling gemoeide belangen rekening is gehouden. Met deze uitspraak wordt de lijn in de jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State over toepassing van de kruimelgevallenregeling onder de Wet op de Ruimtelijke Ordening (de artikel 19 lid 3-vrijstellingen) bevestigd.
RBOI/Buro Vijn kan voor u beoordelen of er sprake is van een kruimelgeval (dat houdt in de meeste gevallen in dat de korte procedure van toepassing is) en wij hebben inmiddels ruime ervaring met het opstellen van ruimtelijke motiveringen.



